nederlands onderwerpen

Benoeming van bijzinnen

  • bijzinnen
  • onderwerpszin
  • lijdend voorwerpszin
  • meewerkend voorwerpszin
  • voorzetselvoorwerpzin
  • bijwoordelijk bijzin
  • bijvoeglijke bijzin
  • gezegdezin

  Theorie

Uitdaging

Wat zijn de verschillende soorten bijzinnen en hoe benoem je deze?

Methode

In een bijzin staat de persoonsvorm niet vooraan, maar juist achteraan (helemaal achteraan of als een van de laatste woorden). Hoofd- en bijzinnen kunnen met elkaar verbonden worden door onderschikkende voegwoorden, zoals: dat, als, daardoor, hoewel, indien, nadat, omdat, terwijl, toen, wanneer, zodat, zodra, of, wat.

- Hij vertelde me dat hij naar het strand zou gaan.
- Ze gaat met me mee, als ik haar ticket betaal.
- Ik vind hem heel slim, hoewel hij af en toe wel slordig is.
- Wie als eerste over de finish is,
wint het toernooi.

 

Bijzinnen zijn zinsdelen van de overkoepelende hoofdzin en kunnen de functie hebben van: onderwerp, lijdend voorwerp, meewerkend voorwerp, voorzetselvoorwerp, bijwoordelijke bepaling, bijvoeglijke bepaling, en een deel van het naamwoordelijk gezegde.

 

Een bijzin die je kan vervangen door:

iets of iemand is een onderwerpszin of een lijdend voorwerpszin

- jou, mij, hem, haar, etc. is een meewerkend voorwerpszin

- iets terwijl je er uit de hoofdzin weghaalt, is een voorzetselvoorwerpzin

- dan, toen of daarom is een bijwoordelijk bijzin

- een bijvoeglijk naamwoord dat voor het zelfstandig naamwoord staat, is een bijvoeglijke bijzin

- een bijvoeglijk naamwoord dat achter de persoonsvorm staat, is een gezegdezin

 

  Vuistregels

Een bijzin die je kan vervangen door:

  • iets of iemand is een onderwerpszin of een lijdend voorwerpszin
  • jou, mij, hem, haar, etc. is een meewerkend voorwerpszin
  • iets terwijl je er uit de hoofdzin weghaalt, is een voorzetselvoorwerpzin
  • dan, toen of daarom is een bijwoordelijk bijzin
  • een bijvoeglijk naamwoord dat voor het zelfstandig naamwoord staat, is een bijvoeglijke bijzin
  • een bijvoeglijk naamwoord dat achter de persoonsvorm staat, is een gezegdezin

  Voorbeeldvraag

Wat voor functie hebben de bijzinnen in de volgende zinnen? 

a. Mijn moeder hielp mij altijd met Engels, omdat ik dat erg moeilijk vond. 
b. Morgen ga ik dat aan de tandarts die mij altijd helpt vragen. 
c. De man die een rode zonnebril droeg, liep snel de winkel uit. 

 

Uitwerkingen

a. Mijn moeder hielp mij altijd met Engels, omdat ik dat erg moeilijk vond

Omdat ik dat erg moeilijk vond is een bijwoordelijke bepaling en kan je vervangen door daarom.

Daarom hielp mijn moeder mij altijd met Engels.  

b. Morgen ga ik dat aan de tandarts die mij altijd helpt vragen. 

de tandarts die mij altijd helpt is een meewerkend voorwerpszin en kan je vervangen door hem. 

Morgen ga ik dat aan hem vragen. 

c. De man die een rode zonnebril droeg, liep snel de winkel uit. 

die een rode zonnebril droeg is een bijvoeglijke bepaling die iets zegt over het zelfstanding naamwoord man.