nederlands onderwerpen

Bijvoeglijke bepaling

  • bijvoeglijke bepaling
  • bijvoeglijk naamwoord
  • bijvoeglijk voornaamwoord
  • zinsontleding

  Theorie

Uitdaging

Hoe vind je de bijvoeglijke bepaling in een zin?

Methode

Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort in de zin, bijvoorbeeld: de lieve kat, de stomme vogel, het leuke kind, het mooie huis. Zoals je kan zien zijn bijvoeglijke bepalingen meestal bijvoeglijke naamwoorden, maar het kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn, bijvoorbeeld: mijn kat, jouw vriend, onze spullen.

Wat belangrijk is om te weten is dat:

- een bijvoeglijke bepaling kan uit één of meerdere woorden bestaan.
- er meerdere bijvoeglijke bepalingen in een zin kunnen staan.
- een bijvoeglijke bepaling altijd onderdeel is van een ander zinsdeel (vaak van het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp).

 

Wat is de bijvoeglijke bepaling van de volgende zin?

De oude kat is verdwaald in het grote bos. 

1 - splits de zin op in zinsdelen
De oude kat | is verdwaald | in het grote bos.

2 - zoek het zelfstandig naamwoord per zinsdeel (let op: niet in alle zinsdelen zit een zelfstandig naamwoord)
De oude kat | is verdwaald | in het grote bos

3 - zoek de bijvoeglijke bepaling per zinsdeel door de volgende vraag te stellen:
welk/wat voor + [zelfstandig naamwoord]?

  • wat voor kat? oude -> bijvoeglijke bepaling
  • wat voor bos? grote -> bijvoeglijke bepaling  

De oude kat is verdwaald in het grote bos. 

 

Let op: een bijvoeglijke bepaling zegt altijd iets over een zelfstandig naamwoord, niet over een werkwoord!

- De rivier stroomt hard door de bergen. (hard slaat op stromen: geen bijvoeglijke bepaling)
- De rivier stroomt tegen de harde rotsen aan. (harde slaat op rotsen: wel een bijvoeglijke bepaling)

  Vuistregels

  • Een bijvoeglijke bepaling zegt iets over het zelfstandig naamwoord waar het bij hoort in de zin, bijvoorbeeld: de lieve kat, de stomme vogel, het leuke kind, het mooie huis.
  • Een bijvoeglijk bepaling is meestal een bijvoeglijk naamwoord, maar kan ook een bezittelijk voornaamwoord zijn, bijvoorbeeld: mijn kat, jouw vriend, onze spullen.
  • Een bijvoeglijke bepaling kan uit één of meerdere woorden bestaan.
  • Er kunnen meerdere bijvoeglijke bepalingen in een zin kunnen staan.
  • Een bijvoeglijke bepaling is altijd onderdeel van een ander zinsdeel (vaak van het lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp).

  Voorbeeldvraag

Wat is de bijvoeglijke bepaling in de volgende zinnen? 

a. Als ik de stad in ga, vind ik het leuk om te lunchen in een simpel kroegje.
b. Onze baas gaf een korte demonstratie.

 

Uitwerkingen: 

a. Ik | vind | het leuk | om te lunchen | in een simpel kroegje.
wat voor kroegje? simpel -> bijvoeglijke bepaling 

b. Onze baas | gaf | een korte demonstratie.
welke baas? onze -> bijvoeglijke bepaling
wat voor demonstratie? korte -> bijvoeglijke bepaling