nederlands onderwerpen

Basisregels - stam van het werkwoord

  • stam
  • stam van het werkwoord
  • ik-vorm
  • ik-vorm van het werkwoord

  Theorie

Uitdaging

Wat zijn de basisregels om de stam van een werkwoord te bepalen?

Methode

Je bepaalt de stam van een werkwoord door van het hele werkwoord -en af te halen. Zo kan je bijvoorbeeld de stam van de volgende werkwoorden bepalen:

Werkwoord: Lachen
Stam: Lach 

Werkwoord: Vinden
Stam: Vind 

Werkwoord: Moeten
Stam: Moet

Als hulp kun je altijd denken aan de ik-vorm van het werkwoord. De stam van "lachen" is "lach", net zoals je zegt "ik lach". Andere voorbeelden zijn "ik vind" en "ik moet". Denk dus altijd aan hoe je het zou schrijven als je er "ik" voor plakt.

Werkwoord: Buigen
Ik-vorm: Ik buig
Stam: buig

Werkwoord: Werken
Ik-vorm: Ik werk
Stam: werk

  Vuistregels

  • Je bepaalt de stam van een werkwoord door van het hele werkwoord -en af te halen.
  • Als hulp kun je altijd denken aan de ik-vorm van het werkwoord.

  Voorbeeldvraag

Wat is de stam van de volgende werkwoorden?

a. huilen - .....
b. rekenen - .....
c. drinken - .....

 

Uitwerkingen

a. huil (van 'ik huil')
b. reken (van 'ik reken')
c. drink (van 'ik drink')