nederlands onderwerpen

Sterke werkwoorden - persoonsvorm vt

  • persoonsvorm
  • persoonsvorm verleden tijd
  • sterke werkwoorden
  • enkelvoud
  • meervoud

  Theorie

Uitdaging

Hoe schrijf je de persoonsvormen in de verleden tijd van sterke werkwoorden?

Methode

De Nederlandse taal kent een hele lijst met sterke werkwoorden. Deze sterke werkwoorden worden ook wel onregelmatige werkwoorden genoemd, omdat ze niet werken volgens de regels die je leert over het schrijven van werkwoorden. 

Bij sterke werkwoorden verandert in de verleden tijd (en bij een paar ook in de tegenwoordige tijd) de klinker in het werkwoord. Hieronder zie je een lijst van veel voorkomende sterke werkwoorden in de Nederlandse taal en zie je hoe je deze schrijft in de verleden tijd, enkelvoud & meervoud. Bij de eerste vijf sterke werkwoorden zie je ook de vervoeging van de tegenwoordige tijd, omdat dat bij die werkwoorden ook anders is dan normaal.

Let op: Ook bij sterke werkwoorden is de persoonsvorm in de verleden tijd voor alle enkelvoudsvormen (ik/jij/hij/zij/het) hetzelfde. Bijvoorbeeld ik had, jij had, hij had, zij had.

 

hebben - ik heb - jij hebt - hij heeft - wij hebben - ik had - wij hadden

zijn - ik ben - jij bent - hij is - wij zijn - ik was - wij waren

kunnen - ik kan - jij kunt/kan - hij kan - wij kunnen - ik kon - wij konden

zullen - ik zal - jij zult - hij zal - wij zullen - ik zou - wij zouden

mogen - ik mag - jij mag - hij mag - wij mogen - ik mocht - wij mochten

 

dragen - ik droeg - wij droegen
gaan - ik ging - wij gingen
helpen - ik hielp - wij hielpen
houden - ik hield - wij hielden
komen - ik kwam - wij kwamen
kopen - ik kocht - wij kochten
krijgen - ik kreeg - wij kregen
kruipen - ik kroop - wij kropen
laten - ik liet - wij lieten
lopen - ik liep - wij liepen
nemen - ik nam - wij namen
rijden - ik reed - wij reden
ruiken - ik rook - wij roken
slaan - ik sloeg - wij sloegen
slapen - ik sliep - wij sliepen
sterven - ik stierf - wij stierven
vallen - ik viel - wij vielen
varen - ik voer - wij voeren
vechten - ik vocht - wij vochten
vinden - ik vond - wij vonden
vragen - ik vroeg - wij vroegen
weten -  ik wist - wij wisten
zeggen - ik zei - wij zeiden
zien - ik zag - wij zagen
zoeken - ik zocht - wij zochten

Let op: er zijn véél meer sterke werkwoorden!

  Vuistregels

  • Sterke werkwoorden worden ook wel onregelmatige werkwoorden genoemd, omdat ze niet werken volgens de regels die je leert over het schrijven van werkwoorden.
  • Bij sterke werkwoorden verandert in de verleden tijd (en bij een paar ook in de tegenwoordige tijd) de klinker in het werkwoord.

  Voorbeeldvraag

Schrijf de juiste persoonsvorm in de verleden tijd in de zin.

a. De vis ..... (hebben) in het aas gebeten.
b. De wolven ..... (zijn) gisteren verdwenen.
c. ..... (Ruiken) jij die vreemde geur ook?

 

Uitwerkingen

a. hebben --> de vis had --> had
b. zijn --> de wolven waren --> waren
c. Ruiken --> Rook jij --> Rook