nederlands onderwerpen

Gevorderd - persoonsvorm vt

  • persoonsvorm
  • persoonsvorm verleden tijd
  • kofschip
  • 't kofschip
  • kofschiptaxi
  • sterke werkwoorden
  • zwakke werkwoorden
  • moeilijke werkwoorden

  Theorie

Uitdaging

Hoe schrijf je de persoonsvorm in de verleden tijd van moeilijke zwakke en sterke werkwoorden?

Methode

Als je een werkwoord niet kent of het een moeilijk werkwoord vindt, dan kan je nog steeds makkelijk de juiste spelling van de persoonsvorm bepalen als je vasthoudt aan wat je hebt geleerd over deze persoonsvormen.

Bij zwakke werkwoorden is de verleden tijd over het algemeen opgebouwd uit de stam (=de ik-vorm) met te(n) of de(n) erachter. Dus:


Ik/jij/hij/zij/het                   stam + te/de

Wij/jullie/zij                        stam + ten/den


Met de regel van 't kofschip (of beter: met kofschiptaxi) kan je achterhalen of je -te(n) of -de(n) moet schrijven.

Let op: sommige werkwoorden zijn sterke werkwoorden (deze zijn onregelmatig) en volgen dus niet deze regels. Je moet onthouden hoe je de persoonsvormen van deze sterke werkwoorden schrijft door er veel mee te oefenen.

  Vuistregels

  • Bij zwakke werkwoorden is de verleden tijd over het algemeen opgebouwd uit de stam (=de ik-vorm) met te(n) of de(n) erachter = stam+te/de of stam+ten/den
  • Als de letter voor de laatste letters (-en) van het werkwoord een medeklinker is uit 't kofschip (dus t-k-f-s-ch-p), dan gebruik je -te(n) in de verleden tijd. Bij alle andere letters gebruik je -de(n).
  • Sterke werkwoorden worden ook wel onregelmatige werkwoorden genoemd, omdat ze niet werken volgens de regels die je leert over het schrijven van werkwoorden.
  • Bij sterke werkwoorden verandert in de verleden tijd (en bij een paar ook in de tegenwoordige tijd) de klinker in het werkwoord.

  Voorbeeldvraag

Schrijf de juiste persoonsvorm in de verleden tijd in de zin.

a. De politie ..... (blokkeren) de weg.
b. Wij ..... (zwijgen) tegen iedereen over het voorval.
c. De lampen ..... (gloeien) de hele avond.

 

Uitwerkingen

a. blokkeren eindigt op -ren --> verleden tijd eindigt op -de(n) (denk aan kofschiptaxi)
de politie = enkelvoud --> blokkeerde

b. zwijgen is een sterk werkwoord en heeft daarom een aparte vervoeging
wij = meervoud --> zwegen

c. gloeien eindigt op -ien --> verleden tijd eindigt op -de(n) (denk aan kofschiptaxi)
de lampen = meervoud --> gloeiden