nederlands onderwerpen

Gevorderd - persoonsvorm

  • persoonsvorm
  • meerdere persoonsvormen
  • vraagproef
  • getalproef
  • zinsontleding

  Theorie

Uitdaging

Hoe weet je of er meerdere persoonsvormen in een zin staan?

Methode

De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Je kan de persoonsvorm in iedere zin vinden op drie verschillende manieren:

1 - de vraagproef
2 - de tijdproef
3 - de getalproef

 

Er kunnen meerdere persoonsvormen in een zin staan, je hebt dan te maken met een samengestelde zin met twee hoofdzinnen:

- Johnny voetbalt fanatiek en hij scoort vaak meerdere goals tijdens de wedstrijd.
- Voetbalt Johnny fanatiek en scoort hij vaak meerdere goals tijdens de wedstrijd? (vraagproef)
- Johnny voetbalde fanatiek en hij scoorde vaak meerdere goals tijdens de wedstrijd. (tijdproef)
- Johnny en Gerrit voetballen fanatiek en zij scoren vaak meerdere goals tijdens de wedstrijd. (getalproef)
--> voetbalt en scoort zijn de persoonsvormen

Let dus altijd goed op welke werkwoorden allemaal reageren op een van de drie proefen!

 

Onze taal kent ook scheidbaar samengestelde werkwoorden. De persoonsvorm kan in dit geval gescheiden in de zin voorkomen, zoals bijvoorbeeld in de volgende zin:

- Ik geef mij daarvoor op.
- Ik gaf mij daarvoor op. (tijdproef)
--> geef op is de persoonsvorm (van het werkwoord opgeven)

  Vuistregels

  • Er kunnen meerdere persoonsvormen in een zin staan, je hebt dan te maken met een samengestelde zin met twee hoofdzinnen.
  • Onze taal kent ook scheidbaar samengestelde werkwoorden. De persoonsvorm kan in dit geval gescheiden in de zin voorkomen.

  Voorbeeldvraag

Wat is de persoonsvorm van de volgende zinnen? 

a. Ik eet liever thuis vanavond. 
b. Ik liet het touw los, toen viel alles om.  
c. Ik kan zaterdag niet afspreken want dan moet ik voetballen. 

 

Uitwerking: 

a. vraagproef (=maak een vragende zin).
Eet ik liever thuis vanavond? 

Persoonsvorm: eet

b. getalproef (= verander het getal (enkelvoud/meervoud) van het onderwerp).
Wij lieten het touw los, toen viel alles om. 

Onze taal kent ook scheidbaar samengestelde werkwoorden. De persoonsvorm kan in dit geval gescheiden in de zin voorkomen.

Persoonsvorm: liet los (hele werkwoord = loslaten)

c. tijdproef (=verander de tijd van de zin).
Ik kon zaterdag niet afspreken, want toen moest ik voetballen.

Je hebt te maken met een samengestelde zin met twee hoofdzinnen, dus je moet ze apart bekijken.

Persoonsvorm: kan - moet