nederlands onderwerpen

Gevorderd - lijdend voorwerp

  • lijdend voorwerp
  • zinsontleding

  Theorie

Uitdaging

Hoe vind je het lijdend voorwerp in een moelijke of lange zin?

Methode

Het lijdend voorwerp in een zin geeft aan waar de in de zin beschreven handeling betrekking op heeft, dus wat het 'lijdende' voorwerp is.

Als je het werkwoordelijk gezegde en het onderwerp hebt gevonden dan kan je erachter komen wat het lijdend voorwerp is, door jezelf de volgende vraag te stellen:

wie of wat + [persoonsvorm] + [onderwerp] + [andere werkwoorden]? 

Een lijdend voorwerp kan ook een bijzin omvatten of uit een hele zin bestaan. Dan spreken we van een lijdendvoorwerpszin, zoals in het volgende geval:

Marjolein zei dat ze volgende week gaat sporten.

1 - ontleed de zin

a. onderwerp: Marjolein
b. persoonsvorm: zei

2 - wat is het lijdend voorwerp? 

Wat zei Marjolein?
--> dat ze volgende week gaat sporten --> lijdendvoorwerpszin

  Vuistregels

  • Het lijdend voorwerp in een zin geeft aan waar de in de zin beschreven handeling betrekking op heeft.
  • Niet iedere zin hoeft per se een lijdend voorwerp te hebben.
  • In iedere hoofdzin staat maximaal één lijdend voorwerp.
  • Een lijdend voorwerp kan uit meerdere woorden bestaan.
  • Een lijdend voorwerp begint nooit met een voorzetsel.
  • wie of wat + [persoonsvorm] + [onderwerp] + [andere werkwoorden]?

  Voorbeeldvraag

Wat is het lijdend voorwerp?

a. De baas zou graag willen weten wie hier verantwoordelijk voor is.
b. "Die klok loopt een uur achter", vertelde de stewardess aan mij.

 

Uitwerkingen:

a. Wat zou de baas graag willen weten?
--> wie hier verantwoordelijk voor is = lijdendvoorwerpszin

b. Wat vertelde de stewardess aan mij?
--> Die klok loopt een uur achter = lijdendvoorwerpszin