nederlands onderwerpen

Bijstelling

  • bijstelling
  • zinsontleding

  Theorie

Uitdaging

Hoe vind je de bijstelling in een zin?

Methode

Een bijstelling staat direct achter een zelfstandig naamwoord (of zelfstandig naamwoordgroep = meerdere woorden) en geeft meer informatie of een verklarende toevoeging over het zelfstandig naamwoord (of groep). 

Het verschil met een bijvoeglijke bepaling is dus dat:

- een bijstelling direct achter het zelfstandig naamwoord (of groep) staat,
- een bijstelling nooit een zelfstandig gebruike werkwoordsvorm bevat,
- en daarbij staat een bijstelling vrijwel altijd tussen komma's.

 

Zie bijvoorbeeld de bijstellingen in de volgende zinnen:

- Ik liep door Amsterdam, een van de mooiste steden in ons land, met mijn zusje Lieselotte.
- Bill Clinton, een symphatieke man, was vroeger de President van Amerika.
- Wij droegen de tafel, een loodzware, naar de derde verdieping.

In het volgende voorbeeld zie je wanneer we niet spreken van een bijstelling, maar van een bijvoeglijke bijzin, omdat er dan wel een zelfstandig gebruikte werkwoordsvorm bij staat:

- De man die daar woont, kamt iedere dag buiten zijn haar.

  Vuistregels

  • Een bijstelling staat direct achter een zelfstandig naamwoord (of zelfstandig naamwoordgroep = meerdere woorden) en geeft meer informatie of een verklarende toevoeging over het zelfstandig naamwoord (of groep).
  • Een bijstelling staat direct achter het zelfstandig naamwoord (of groep).
  • Een bijstelling bevat nooit een zelfstandig gebruike werkwoordsvorm.
  • Een bijstelling staat vrijwel altijd tussen komma's.

  Voorbeeldvraag

Wat is de bijstelling in de volgende zinnen? 

a. Mijn oma, een bejaarde vrouw, is onlangs naar een verpleeghuis verhuisd. 
b. Onze hamster, Karin Jacqueline, is zwanger. 
c. Het gebouw, een monument uit de Tweede Wereldoorlog, staat in brand. 

 

Uitwerkingen: 

Een bijstelling komt direct achter een zelfstandig naamwoord en staat meestal tussen komma's. 

a. Mijn oma, een bejaarde vrouw, is onlangs naar een verpleeghuis verhuisd. 
b. Onze hamster, Karin Jacqueline, is zwanger. 
c. Het gebouw, een monument uit de Tweede Wereldoorlog, staat in brand.