nederlands onderwerpen

Gevorderd enkelvoud & meervoud - persoonsvorm tt

  • persoonsvorm
  • persoonsvorm tegenwoordige tijd
  • werkwoord
  • sterke werkwoorden
  • enkelvoud
  • meervoud

  Theorie

Uitdaging

Hoe schrijf je de persoonsvorm van moeilijke werkwoorden in enkelvoud & meervoud tegenwoordige tijd?

Methode

Als je een werkwoord niet kent of het een moeilijk werkwoord vindt, dan kan je nog steeds makkelijk de juiste spelling van de persoonsvorm bepalen als je vasthoudt aan wat je hebt geleerd over deze persoonsvormen.

 

Ik                           stam                        ik?

Jij                           stam+t

                               stam                        jij?

Hij/zij/u/het         stam+t                       hij/zij/u/het?

Wij/jullie/zij          hele werkwoord      wij/jullie/zij?

 

Let op: sommige werkwoorden zijn sterke werkwoorden (deze zijn onregelmatig) en volgen dus niet deze regels. Je moet onthouden hoe je de persoonsvormen van deze sterke werkwoorden schrijft door er veel mee te oefenen. Een paar werkwoorden hebben in de tegenwoordige tijd aparte regels:

hebben - ik heb - jij hebt - hij heeft - wij hebben

zijn - ik ben - jij bent - hij is - wij zijn

kunnen - ik kan - jij kunt/kan - hij kan - wij kunnen

zullen - ik zal - jij zult - hij zal - wij zullen

mogen - ik mag - jij mag - hij mag - wij mogen

  Vuistregels

  • in het enkelvoud gebruik je de stam of de stam+t
  • in het meervoud gebruik je het hele werkwoord
  • sommige werkwoorden zijn sterke werkwoorden en volgen niet de standaard regels

  Voorbeeldvraag

Schrijf de juiste persoonsvorm in de tegenwoordige tijd in de zin.

a. De bloemist ..... (hebben) de mooiste bloemen voor zijn zaak staan.
b. De agenten ..... (arresteer) de boeven voordat ze de bank hebben beroofd.
c. Ik ..... (oriënteren) me voornamelijk op de Olympische Spelen.

 

Uitwerkingen

a. onregelmatig werkwoord hebben = hij heeft = heeft
b. hele werkwoord = arresteren
c. ik = stam = oriënteer