a. Bereken zijde KL in ΔKLM. Rond af op 1 decimaal.
b. Is ΔABC een rechthoekige driehoek?
c. Is ΔDEF een rechthoekige driehoek?
Uitwerking
a. ΔKLM is een rechthoekige driehoek, want $$\angle K = 90°$$.
Zijden KL en KM zijn de rechthoekszijden en zijde LM is de schuine zijde.
KL2 + KM2 = LM2(stelling van Pythagoras)
KL2 + 52 = 92
KL2 = 81 - 25 = 56
$$KL = \sqrt{56} \approx 7,5$$
b. Allereerst bekijk je welke zijde het langst is, dit is de schuine zijde. Als er een rechte hoek in de driehoek zit, dan zou dit alleen de hoek tegenover de schuine zijde kunnen zijn. Zijde AC is de langste zijde. De stelling van Pythagoras wordt dan:
(ene rechthoekszijde)2 + (andere rechthoekszijde)2 = (schuine zijde)2
AB2 + BC2 = AC2
32 + 42 = 52
9 + 16 = 25
De formule klopt voor ΔABC en dus is dit een rechthoekige driehoek.
c. De langste zijde is zijde DE, wat in de Stelling van Pythagoras de schuine zijde zou zijn. De stelling van Pythagoras wordt dan:
(ene rechthoekszijde)2 + (andere rechthoekszijde)2 = (schuine zijde)2
DF2 + EF2 = DE2
62 + 42 $$\neq$$ 82, want 16 + 36 $$\neq$$ 64
Deze som klopt niet. En dus is ΔDEF geen rechthoekige driehoek.