Netwerk 4, 3 vwo oefenen

4e editie · 3e klas Vwo · Wiskunde

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Hoeken en zijden berekenen van gelijkbenige driehoeken

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Gegeven is $$\Delta{DEF}$$metDE= 5,8 enDF =EF = 7,3. Zie figuur 3.

Bereken $$\angle{E}$$ en $$ \angle{F}$$. Rond af op 2 decimalen.

Uitwerking:

Om de hoeken te kunnen berekenen heb je een rechthoekige driehoek nodig waarvan je 2 zijden weet. Teken daarom hulplijn FG met punt G op zijde DE zoals in figuur 4.

Je berekent eerst E. Je weet de aanliggende rechthoekszijde GE en de schuine zijde EF, je gebruikt dus cosinus.

$$\mbox{cos }(\angle{E}) = \frac{GE}{EF} = \frac{2,9}{7,3}$$

$$\angle{E} = cos^{-1}(\frac{2,9}{7,3}) = 66,592..^{\circ}$$

Dan bereken je $$\angle{F}$$.

Je weet dat de som van de hoeken van een driehoek altijd 180° is. Je weet ook dat $$\angle{E}$$ gelijk is aan $$\angle{D}$$ omdat het een gelijkbenige driehoek is.

Om $$\angle{F}$$ te berekenen doe je dus $$180^{\circ} - 2 · \angle{E}$$. Gebruik het niet afgeronde getal voor $$\angle{E}$$, gebruik dus de functie Ans op je rekenmachine.

$$\angle{F} = 180^{\circ} - 2 · 66,592..° = 46,814..^{\circ}$$ $$\angle{E} =\mbox{ongeveer 66,59}^{\circ}$$ en $$\angle{F} =\mbox{ongeveer 46,81}^{\circ}$$.

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Als er genoeg informatie is, kun je ook bij gelijkbenige driehoeken (dit zijn dus geen rechthoekige driehoeken) met de sinus, cosinus of tangens de lengte van een zijde berekenen of het aantal graden van een hoek berekenen. Dit doe je door een loodlijn te tekenen waardoor je vervolgens weer twee rechthoekige driehoeken hebt, waarmee je goed kunt rekenen.

In deze theorie leggen we je uit hoe dit precies in zijn werk gaat.

Methode

In het volgende voorbeeld wordt duidelijk hoe je de hoeken van een gelijkbenige driehoek kan berekenen. 

Gegeven is $$\Delta{ABC}$$ met AB = 7,4 en AC = BC = 8,3. Zie figuur 1.

Bereken $$\angle{A}$$ en $$\angle{C}$$. Rond af op 2 decimalen.

Stappenplan:

Stap 1: Teken een loodlijn.

Om de hoeken te berekenen heb je een rechthoekige driehoek nodig waarvan je 2 zijden weet. Teken daarom hulplijn CD met D op AB zoals in figuur 2. Je tekent de loodlijn precies door het midden van de hoek waar de gelijke benen (AC en BC) aan vast zitten.

Stap 2: Bereken $$\angle{A}$$

Je kunt nu de hoeken berekenen.

Je weet de aanliggende rechthoekszijde AD en de schuine zijde AC, je gebruikt dus cosinus.

$$\mbox{cos }(\angle{A}) = \frac{AD}{AC} = \frac{3,7}{8,3}$$

$$\angle{A} = \mbox{cos }^{-1}(\frac{3,7}{8,3}) = 63,526..°$$

Stap 3: Bereken $$\angle{C}$$

Dan bereken je $$\angle{C}$$. Je weet dat de som van de hoeken van een driehoek altijd 180° is. Je weet ook dat $$\angle{A}$$ gelijk is aan $$\angle{B}$$ omdat het een gelijkbenige driehoek is. Om $$\angle{C}$$ te berekenen doe je dus 180° - 2 · $$\angle{A}$$. Gebruik het niet afgeronde getal voor $$\angle{A}$$, gebruik dus de functie Ans op je rekenmachine.

$$\angle{C} = 180° - 2 · 63,526..° = 52,946..°$$

$$\angle{A}$$ is ongeveer 63,53° en $$\angle{C}$$ is ongeveer 52,95°.

 

Een tip: vaak wil je docent niet dat je tijdens het berekenen getallen afrond. Let er altijd op dat je met de toets Ans op je rekenmachine het antwoord van de laatste berekening terug krijgt op het scherm. Op die manier hoef je niet af te ronden tijdens je berekening!

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden