Noem een voorbeeld van een situatie waarin:
a. Je in een grafiek losse punten ziet.
b. De grafiek bestaat uit horizontale lijn stukjes.
c. De grafiek een vloeiende kromme heeft.
Uitwerking
a. Je gebruik losse punten in een grafiek wanneer er alleen hele waardes gemeten kunnen worden. Je voorbeeld moet dus bestaan uit iets wat je niet in stukjes kunt delen. Bijvoorbeeld het aantal puppy's per kooinummer in een asiel.
b. Je gebruikt horizontale lijnstukjes in een grafiek wanneer je er van uit gaat dat de afhankelijke variabele sprongsgewijs verandert. Dit kan de prijs zijn van een bepaald product, maar bijvoorbeeld ook de stroomkosten per maand (als deze bijvoorbeeld steeds aan het begin van de maand verandert).
c. Je gebruikt een vloeiende kromme als alle soort getallen in de grafiek kunnen voorkomen. Bijvoorbeeld het gewicht van een persoon uitgezet tegen de leeftijd van deze persoon.