Solutions Elementary oefenen

2e editie · 1e klas Havo / Vwo · Engels

Dit boek is beschikbaar in onze boekselector. De aansluiting betreft de gekoppelde Slimleren-onderwerpen, niet automatisch alle leerstof uit het boek.

Bekijk de onderwerpen bij dit boek

Zo oefen je Vragen met to be, hulpwerkwoorden & andere werkwoorden

Een kijkje in ons eigen oefenmateriaal. Dit is geen opgave of uitwerking uit het schoolboek.

  Voorbeeldvraag

Maak van elke zin een vragende zin.

1. She is my girlfriend.
2. Karen loves to eat healthy food.
3. We will go to the beach tomorrow.

 

Uitwerking

1. Is she my girlfriend?
2. Does Karen love to eat healthy food?
3. Will we go to the beach tomorrow?

Bekijk de uitleg bij dit voorbeeld

  Theorie

Uitdaging

Je kunt op verschillende manieren een vraag stellen in het Engels. Als je een zin tegenkomt waarin het werkwoord to be, een hulpwerkwoord of een andere werkwoord staat, gelden er verschillende regels voor het vragend maken van de zin.

In dit onderwerp leggen we je uit hoe dit precies werkt.

Methode

Zinnen met werkwoord to be of met hulpwerkwoord

Vragen met to be en hulpwerkwoorden (zoals can / will / must / may / should) maak je door het hulpwerkwoord vooraan de zin te zetten:

  • You are a very good cook!
    Are you a very good cook?
     
  • He can swim upstream in that river.
    Can he swim upstream in that river?

Zinnen met andere werkwoorden

Voor de overige werkwoorden (de niet-hulpwerkwoorden, dus bijvoorbeeld like, play, see, sing, study, walk, etc.) begin je vragen met een vorm van het werkwoord to do. Na een vorm van to do volgt er dan het hele werkwoord zonder to. Deze vorm van to do wordt ook wel de 'dummy-do' genoemd, omdat het op zichzelf niks betekent in de zin, maar de mogelijkheid biedt om een zin een andere functie te geven (zoals van een zin een vragende zin maken):

  • Your friends like to watch sports.
    Do your friends like to watch sports?

Bij he / she / it gebruik je niet do maar does.
Let op: Het werkwoord verliest de s omdat de s nu al in does staat.

  • He spends a lot of money.
    Does he spend a lot of money?

Onderwerpen bij dit boek

Dit zijn eigen Slimleren-onderwerpen, alfabetisch gerangschikt. Kies een onderwerp om onze uitleg of een voorbeeld te bekijken.

Klaar om te oefenen?

Kies na aanmelden je boek en oefen de onderwerpen die jij nodig hebt.

Bekijk de mogelijkheden