vergelijkingen

Basis - vergelijkingen

  • vergelijkingen
  • object
  • beeld
  • vergelijken

  Theorie

Uitdaging

Soms gebruiken we vergelijkingen om hetgeen we zeggen te versterken. Wat zijn veelvoorkomende vergelijkingen?

Methode

Vergelijkingen komen veel voor in de spreektaal, maar je ziet ze ook regelmatig terug in de schrijftaal. Er zijn heel veel vergelijkingen die je vaak zult hebben gehoord en gelezen.

Bijvoorbeeld: zo doof als een kwartel.

In een vergelijking wordt een object met een beeld vergeleken. Voorbeelden van veelvoorkomende vergelijkingen zijn:

Eline is vandaag zo fris als een hoentje. (Eline is vandaag erg wakker en fit) 
Eline is het object. Een hoentje is het beeld.

Die verkoper is zo glad als een aal. (De verkoper praat zich overal onderuit)
Die verkoper is het object. Een aal is het beeld.

Dennis heeft zijn toets gehaald. Hij is zo trots als een pauw. (Hij is heel erg trots)
Dennis is het object. De pauw is het beeld.

 

  Vuistregels

  • In een vergelijking wordt een object met een beeld vergeleken.

  Voorbeeldvraag

Vul het goede woord in op de lege plek.

a. Zo ... als een kind.
b. Zo koppig als een ...
c. Zo vlug als ...
d. Zo ... als een veertje


Uitwerking:

a. Zo blij als een kind.
b. Zo koppig als een ezel.
c. Zo vlug als water.
d. Zo licht als een veertje.

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis