Uitdaging
Hoe schrijf je de verschillende vormen van de tegenwoordige tijd?
De werkwoordstam vind je door van het hele werkwoord -en af te halen. Maar sommige hele werkwoorden eindigen op -ven of -zen. Bij het maken van de stam verandert dan de v in de f en de z verandert in de s.
Methode
Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord blijven:
| ik (stam) | blijf |
| jij, je, u | blijft |
| hij, zij, u, het | blijft |
| wij, we | blijven |
| jullie | blijven |
| zij, ze | blijven |
Onthoud: een ander (mens, dier of ding) krijgt altijd een t, behalve als er je of jij achter het werkwoord staat: geef jij, wijs jij, kerf je, hoos jij…