Tegenwoordige tijd (gemengd)

Tegenwoordige tijd (gemengd)

  Theorie

Uitdaging

Hoe schrijf je de verschillende vormen van de tegenwoordige tijd?

Methode

Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord fietsen:

ik (stam) fiets
jij, je, u fietst
hij, zij, u, het fietst
wij, we fietsen
jullie fietsen
zij, ze fietsen

Onthoud: een ander (mens, dier of ding) krijgt altijd een t, behalve als er je of jij achter het werkwoord staat: werk jij, fiets jij, gooi jij, luister je…

 

Hoe werkt dat nu met werkwoorden waarvan de stam eindigt op een d?

Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord worden:

ik word
jij, je, u wordt
hij, zij, u, het wordt
wij, we worden
jullie worden
zij, ze worden

Tip: Je kunt niet altijd horen of je achter een werkwoord een t moet toevoegen. Als je twijfelt kun je het werkwoord waarvan de stam eindigt op een d vervangen door bijvoorbeeld lopen.
--> 'Jij loopt', eindigt op een t, dus 'jij wordt' eindigt ook op een t.

 

De werkwoordstam vind je door van het hele werkwoord -en af te halen. Sommige hele werkwoorden hebben een lange klinker. Om die klinker lang te houden, moet je een extra klinker toevoegen.

Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord slapen:

ik (stam) slaap
jij, je, u slaapt
hij, zij, u, het slaapt
wij, we slapen
jullie slapen
zij, ze slapen

 

De werkwoordstam vind je door van het hele werkwoord -en af te halen. Sommige hele werkwoorden hebben dubbele medeklinkers. We halen er dan ook één medeklinker af.

Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord bakken:

ik (stam) bak
jij, je, u bakt
hij, zij, u, het bakt
wij, we bakken
jullie bakken
zij, ze bakken

 

De werkwoordstam vind je door van het hele werkwoord -en af te halen. Maar sommige hele werkwoorden eindigen op -ven of -zen. Bij het maken van de stam verandert dan de v in de f en de z verandert in de s.

Kijk maar eens naar de vervoeging van het werkwoord blijven:

 

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis