Basisregels - beide(n), alle(n)

Basisregels - beide(n), alle(n)

  • beide(n)
  • alle(n)

  Theorie

Uitdaging

Hoe worden de woorden beide(n) en alle(n) gebruikt en wat zijn de regels omtrent de spelling van deze woorden?

Methode

Deze woorden worden soms zonder n gespeld (beide, alle) en soms met een n (beiden, allen). Hoe je erachter komt wat de correcte spelling is, leer je via onderstaande regels.

 

1 - Zonder een n (beide, alle)

Beide woorden krijgen geen n erachter:

a) als ze in combinatie met een zelfstandig naamwoord in de zin staan, zoals in de volgende zinnen:

- We willen alle bloemen mee naar huis nemen.
- Mijn moeder heeft beide glazen kapot laten vallen.
- Alle gevangenen hebben beide handen in de boeien.

b) als het zelfstandig gebruikt is (niet in combinatie met een zelfstandig naamwoord in hetzelfde zinsdeel) en het niet op personen slaat, zoals in de volgende zinnen:

- Die kopjes kan ik je helaas niet meer teruggeven. Ik heb ze beide kapot laten vallen.
- Pak jij die tegels even? Die moeten alle verplaatst worden.

 

2 - Met een n (beiden, allen)

Beide woorden krijgen wel een n erachter:

a) als het zelfstandig gebruikt is en wel op personen slaat die eerder al genoemd zijn, zoals in de volgende zinnen:

- Jeffrey en Mike zijn mijn beste vrienden, maar ik heb ze beiden al lang niet gezien.
- Op onze tennisclub hebben we vijf leraren. Zij komen allen uit Nederland. 

b) als het woord op personen slaat en vervangen kan worden door het woord iedereen of het woord allemaal, zoals in de volgende zinnen:

- Dat verbod geldt voor allen (... voor iedereen)
- Die zak snoep is niet alleen van mij, maar van ons allen (... maar van ons allemaal)

 Bijstellingen

Naast bovenstaande regels is er ook nog een bijzondere situatie, namelijk zinnen met bijstellingen. Een bijstelling staat direct achter een zelfstandig naamwoord (of zelfstandig naamwoordgroep) en geeft meer informatie over het zelfstandig naamwoord.
Als er 'beide(n)'  of alle(n) in een bijstelling staat, dan schrijf je deze met een 'n' als deze woorden vervangbaar zijn door 'alle twee' én het om personen gaat. 

- Haar ouders, beiden huisarts, letten altijd erg op gezonde voeding.
- Mijn broers, allen zeer ondernemend, gaan samen een bedrijf beginnen. 

  Vuistregels

Beide woorden krijgen geen n erachter:

  • als ze in combinatie met een zelfstandig naamwoord in de zin staan.
  • als het zelfstandig gebruikt is (niet in combinatie met een zelfstandig naamwoord in hetzelfde zinsdeel) en het niet op personen slaat.

Beide woorden krijgen wel een n erachter:

  • als het zelfstandig gebruikt is en wel op personen slaat die eerder al genoemd zijn.
  • als het woord op personen slaat en vervangen kan worden voor het woord iedereen of het woord allemaal.

  Voorbeeldvraag

a. Volgens mij zijn Daan en Dennis samen weggegaan. Het zou mij niet verbazen als beide/beiden straks te laat komen.
b. Dirk heeft beide/beiden sleutels op tafel gelegd.
c. Wij gaan met zijn alle/allen op vakantie dit jaar.
d. Gaby heeft alle/allen lekkere snoepjes al opgegeten.


Uitwerking

a. Hier schrijf je beiden met een n. Het woord wordt hiet zelfstandig gebruikt en slaat op personen die eerder genoemd zijn.
b. Hier schrijf je beide zonder de n. Het woord wordt gebruikt in combinatie met een zelfstandig naamwoord (sleutels).
c. Hier schrijf je allen met een n. Het woord slaat op personen en kan vervangen worden door 'iedereen'.
d. Hier schrijf je alle zonder de n. Het woord wordt gebruikt in combinatie met een zelfstandig naamwoord (snoepjes).

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis