Uitdaging
Hoe reken je met kwadraten?
Methode
Een kwadraat wordt gegeven met een hoge 2 boven een getal, zoals 72.
Het kwadraat bereken je door het getal met zichzelf te vermenigvuldigen:
72 = 7 ⋅ 7 = 49
Het kwadraat van een negatief getal bereken je op dezelfde manier, maar met haakjes om het getal heen:
(-6)2 = (-6 ⋅ -6) = 36
Let op: vergeet de haakjes niet.
Het minteken kan ook buiten de haakjes staan, het minteken wordt dan niet meegenomen in de haakjes:
-(4)2 = - (4 ⋅ 4) = -16