Present simple, past simple, pre...

Present simple, past simple, present continuous & past continuous

  • tegenwoordige tijd
  • werkwoorden

  Theorie

Uitdaging

Je hebt geleerd wanneer je de present simple, past simple, present continuous en past continuous moet gebruiken en hoe je deze kunt maken.

In deze theorie behandelen we deze 4 veelvoorkomende tijden nog een keer gezamenlijk en kun je oefenen met deze tijden door elkaar.

Methode

Signaalwoorden

- Present simple: always, never, sometimes, on Sundays, regularly, often, seldom, in the weekends, ...
- Past simple: yesterday, last weekend, last year, when I was young, in 1989, ...
- Present continuous: now, currently, at the moment, Listen!, Do you see that?, ...
- Past continuous: when, while, at the same time, ...

Wanneer gebruik je welke tijd en hoe schrijf je het?

We gebruiken de present simple als we het hebben over feiten, gewoonten en regelmatigheden.

  • We voegen een -s toe indien je een werkwoord gebruikt in de 3e persoon enkelvoud. In alle andere gevallen gebruik je gewoon het hele werkwoord (ook wel de stam genoemd).
    - feiten --> This book has a red color.
    - gewoonten --> Bart always bites his nails.
    - regelmatigheden --> These kids often play with each other.
  • Uitzonderingen zijn:
    Werkwoorden die eindigen op een medeklinker en een y erachter:
    - to fly --> He flies to Denmark tomorrow.
    --> Je ziet dat er -ies achter komt bij he/she/it.
    Werkwoorden die eindigen met een sis-klank:
    - to catch --> He catches the ball.
    --> Je ziet dat er -es achter komt bij he/she/it.
    Werkwoorden die eindigen op -o:
    - to do --> My girlfriend does a lot of sports.
    --> Je ziet dat er -es achter komt bij he/she/it.

We gebruiken de present continuous als het in het NU plaatsvindt.

  • Om de present continuous te maken heb je altijd 2 werkwoorden nodig. Namelijk een vervoeging van to be + werkwoord met -ing erachter.
    - I am reading the newspaper right now.
    - He is laughing at me at the moment.
    - Do your hear that as well? She is waking up!
  • Uizonderingen zijn:
    Werkwoorden die eindigen op een medeklinker en een e erachter:
    - to shake --> I am shaking that juice right now.
    --> de -e verdwijnt en je plakt -ing erachter.
    Werkwoorden die eindigen op -c:
    - to panic: She is panicking.
    --> krijgen een k erbij voor -ing
    Werkwoorden die kort zijn, één klinker in zich hebben en waarbij maar één klemtoon mogelijk is:
    - to stop: Look! The police is stopping that criminal.
    --> je verdubbelt de medeklinkers voor -ing.
    Let op, dit geldt niet voor werkwoorden die eindigen op één klinker en een -y.
    --> je gebruikt gewoon het werkwoord en plakt er -ing achter. 
    Werkwoorden die eindigen op een l, met één klinker ervoor:
    - to travel: Mark is travelling to Canada as we speak.
    --> je verdubbelt de l

We gebruiken de past simple als we het hebben over feiten, gewoonten en regelmatigheden in het verleden.

  • De basisregel voor het schrijven van de past simple is: schrijf -ed achter de stam.
    - to talk: I talked to Jim this morning.
    - to watch: We watched the match yesterday.
    - to play: She played with her brother.
  • Uitzonderingen zijn:
    Werkwoorden die eindigen op -e, krijgen alleen -d erachter:
    - to bake: We baked a delicious cake yesterday.
    Werkwoorden die eindigen op -c, krijgen -ked erachter:
    - to panic: She panicked when she heard the bad news.
    Werkwoorden die eindigen op -y, met een medeklinker ervoor, krijgen -ied:
    - to marry: She married him when she was 18 years old.
    Werkwoorden die kort zijn, één klinker in zich hebben en waarbij maar één klemtoon mogelijk is, schrijf je met een extra laatste medeklinker voor -ed:
    - to swap: They swapped their Ipods to listen to each others music.
    Werkwoorden die eindigen op een l, met één klinker ervoor krijgen een extra l:
    - to travel: We travelled to Africa last summer.

    LET OP: Onregelmatige werkwoorden hebben een niet-regelmatige vervoeging. De vervoeging van deze werkwoorden moet je simpelweg leren door het uit je hoofd te leren en te oefenen.

We gebruiken de past continuous als je wilt aangeven dat je iets een tijdje deed.

  • Om de past continuous te maken heb je altijd 2 werkwoorden nodig, namelijk een vervoeging van to be (was of were) + werkwoord met -ing erachter.
    - We were singing, when Patrick arrived.
    - I was screaming, while we hit the road sign.
  • Uitzonderingen zijn:
    Werkwoorden die eindigen op -e, krijgen -ing in de plaats van -e:
    - to bake: We were baking pie, while Jim arrived.
    Werkwoorden die eindigen op -c, krijgen een k erbij voor -ing:
    - to panic: She was panicking, when she heard the bad news.
    Werkwoorden die kort zijn, één klinker in zich hebben en waarbij maar één klemtoon mogelijk is, schrijf je met een extra laatste medeklinker voor -ing:
    - to swap: They were swapping their Ipods, while they were listening each others music.
    Werkwoorden die eindigen op een l, met één klinker ervoor krijgen een extra l:
    - to travel: I was travelling to Africa, when Julie tried to call me.

  Vuistregels

Wanneer gebruik je welke tijd?

  • We gebruiken de present simple als we het hebben over feiten, gewoonten en regelmatigheden.
  • We gebruiken de present continuous als het in het NU plaatsvindt.
  • We gebruiken de past simple als we het hebben over feiten, gewoonten en regelmatigheden in het verleden.
  • We gebruiken de past continuous als je wilt aangeven dat je iets een tijdje deed.

 

  Voorbeeldvraag

Vul de juiste werkwoordsvorm in in de zin.

1. I ..... (to listen) to music often.
2. I ..... (to listen) to music yesterday.
3. I ..... (to listen) to music right now.
4. I ..... (to listen) to music, while John entered the room.

 

Uitwerking

1. I listen to music often.
2. I listened to music yesterday.
3. I am listening to music right now.
4. I was listening to music, while John entered the room.

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis