whose, who's, whom

whose, who's, whom

  Theorie

Uitdaging

De woorden whose, who's en whom worden weleens met elkaar verward, omdat ze hetzelfde klinken en op elkaar lijken.

Maar wanneer gebruik je dan whose, wanneer who's en wanneer gebruik je whom? Dat leggen we je uit in dit onderwerp!

Methode

Whose is een bezittelijk voornaamwoord. Het betekent van wiewiens of wier:

  • I found a mobile phone underneath that seat. Do you know whose phone it is?
  • Ik heb een mobieltje onder die stoel gevonden. Weet jij wiens mobieltje het is?

  • The soldiers, whose actions secured our country, were very brave.
  • De soldaten, wier handelingen ons land veilig stelden, waren ontzettend dapper.

Who's is een samentrekking van who is of who has en betekent wie (is) of wie heeft. Ook kan who's die betekenen.

  • Who's made this beautiful painting?
  • Wie heeft dit mooie schilderij gemaakt?
  • Can you tell me who's standing in front of the door right now?
  • Kun je me vertellen wie er nu voor de deur staat?

  • The guy who's standing at the bus stop looks like your dad.
  • De man die bij de bushalte staat lijkt op jouw vader.

Whom wordt vaak gebruikt in plaats van who als dat woord lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp is en betekent wie. Ook kan whom die betekenen. In het hedendaagse Engels is het heel gebruikelijk om in plaats van whom ook who te gebruiken:

  • Whom are you dancing with?
  • Who are you dancing with?
  • Met wie ben je aan het dansen?

  • The guy whom she had asked for directions ignored her.
  • De man die ze om directies had gevraagd negeerde haar.

  Vuistregels

  • Whose is een bezittelijk voornaamwoord. Het betekent van wiewiens of wier.
  • Who's is een samentrekking van who is of who has en betekent wie is of wie heeft.
  • Whom wordt vaak gebruikt in plaats van who als dat woord lijdend voorwerp of meewerkend voorwerp is en betekent wie. In het hedendaagse Engels is het heel gebruikelijk om in plaats van whom ook who te gebruiken.

  Voorbeeldvraag

Vul de lege plek in de zin aan. Kies uit: whose, who's or whom.

1. I have no idea ..... that man is. ..... is he talking to?
2. ..... responsibilty do you think this is?
3. I think that we all know ..... responsible for this.

 

Uitwerking

1. I have no idea who that man is. Whom/Who is he talking to?
2. Whose responsibility do you think this is?
3. I think that we all know who's is responsible for this.

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis