Aangeplakte vragen (question tags)

Aangeplakte vragen (question tags)

  • aangeplakte vragen
  • question tags
  • questions

  Theorie

Uitdaging

Aangeplakte vragen gebruik je om bevestiging te vragen. Je kent het ook wel in het Nederlands, denk maar aan: We gaan morgenochtend al weg, toch? Heb je zin om daarheen te gaan, of niet? Jij bent daar nooit geweest, of wel?

In het Engels worden aangeplakte vragen (question tags) ook gebruikt. Hoe dat precies werkt leggen we je uit in dit onderwerp.

Methode

Aangeplakte vragen gebruik je om bevestiging te vragen. Bij een aangeplakte vraag in het Engels wordt het onderwerp en het werkwoord herhaald. Oftewel om wie het gaat en waarover.

Als de zin bevestigend is, is de aangeplakte vraag ontkennend:

  • His friend is nice, isn't he?
  • These castles are really old, aren't they?

Na een zin met "I am" gebruik je in de aangeplakte vraag "aren't I".

  • I am clever, aren't I?

Als de zin ontkennend is, is de aangeplakte vraag bevestigend:

  • They can't help us, can they?
  • He isn't here right now, is he?

Als er in de zin een vorm staat van to be (am / are / is) of een hulpwerkwoord (zoals have / can / should / may / will), herhaal je die vorm in de aangeplakte vraag:

  • The holiday is fantastic, isn't it?
  • They have been playing all day, haven't they?
  • They should take some time off, shouldn't they?
  • They would like to win, wouldn't they?

In alle andere gevallen gebruik je de "dummy-do":

  • They never talk about money, do they?
  • She loves him, doesn't she?
  • John moved to Italy, didn't he?

  Vuistregels

  • Als de zin bevestigend is, is de aangeplakte vraag ontkennend
  • Als de zin ontkennend is, is de aangeplakte vraag bevestigend

  • Als er in de zin een vorm staat van to be (am / are / is) of een hulpwerkwoord (zoals have / can / should / may / will), herhaal je die vorm in de aangeplakte vraag
  • In alle andere gevallen gebruik je de "dummy-do"

  Voorbeeldvraag

Voeg de correcte aangeplakte vraag toe aan de zin.

1. Jochem is playing the finals tomorrow, ......
2. Bart loves his brother Jochem, ......
3. Henk shouldn't tell his sons that he is leaving to New York City, ......

 

Uitwerking

1. Jochem is playing the finals tomorrow, isn't he?
2. Bart loves his brother Jochem, doesn't he?
3. Henk shouldn't tell his sons that he is leaving to New York City, should he?

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis