Negatieve breuken herleiden

Negatieve breuken herleiden

  • rekenen met negatieve getallen
  • negatieve breuken
  • rekenen met breuken

  Theorie

Uitdaging

Als je negatieve breuken wilt vereenvoudigen, zijn er bepaalde regels waar je je aan moet houden. Door het opvolgen van deze regels zullen breuken er netter en overzichtelijker uitzien.

Hoe dit werkt leggen we je hier uit.

Methode

Regels bij het vereenvoudigen van negatieve breuken:

  • Bij het vereenvoudigen van een negatieve breuk laat je het minteken niet in de teller of noemer staan maar zet je het minteken voor de breuk (als de noemer óf de teller negatief was) of laat je het min-teken weg (als de noemer én de teller negatief waren);
  • Als er zowel in de teller als in de noemer een minteken staat, dan kan je het minteken weglaten.
  • Als er alleen in de teller óf in de noemer een minteken staat, dan zet je het minteken voor de breuk.
  • Deel de breuk door de grootste gemeenschappelijke deler.

In het geval van $$\frac{-2}{-5} (= \frac{2}{5})$$ kun je het minteken weglaten, maar in het geval van $$\frac{-2}{5} (= \frac{2}{-5}) $$ zet je het minteken dus voor de breuk: $$-\frac{2}{5}$$.

Wanneer je de breuk $$\frac{-5}{20}$$ vereenvoudigt plaats je het minteken voor de breuk: $$-\frac{5}{20}$$. Vervolgens deel je de breuk door de grootste gemeenschappelijke deler, in dit geval 5. Dus $$\frac{-5}{20} = -\frac{5}{20} = -\frac{1}{4}$$.

  Vuistregels

  • Bij het vereenvoudigen van een negatieve breuk laat je het minteken niet in de teller of noemer staan maar zet je het minteken voor de breuk of laat je het weg.
  • Als er zowel in de teller als in de noemer een minteken staat, dan kan je het minteken weglaten.
  • Als er alleen in de teller of in de noemer een minteken staat, dan zet je het minteken voor de breuk.
  • Deel de breuk door de grootste gemeenschappelijke deler.

  Voorbeeldvraag

Vereenvoudig de breuk zo ver mogelijk en haal de helen eruit als dat kan.

a. $$\frac{-8}{32}$$

b. $$\frac{48}{-15}$$

c. $$\frac{-60}{-12}$$

 

Uitwerking

a. $$\frac{-8}{32} = -\frac{8}{32} = -\frac{1}{4}$$

b. $$\frac{48}{-15} = -\frac{48}{15} = -3\frac{3}{15} = -3\frac{1}{5}$$

c. $$\frac{-60}{-12} = \frac{60}{12} = 5$$

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis