Lijdende vorm (passive)

Lijdende vorm (passive)

  • passive
  • lijdende vorm

  Theorie

Uitdaging

In de lijdende vorm gaat het er niet om wie of wat iets doet, maar wat er met iemand of iets gebeurd. Als je een zin wilt maken die het lijdend voorwerp of het meewerkend voorwerp meer centraal stelt, dan kun je een zin in de passive zetten (de lijdende vorm).

Hoe dit precies werkt leggen we je uit in dit onderwerp.

Methode

Je hebt actieve en passieve zinnen. Met een actieve zin beschrijf je wat het onderwerp doet. Met een passieve zin beschrijf je wat er met het lijdend voorwerp / meewerkend voorwerp gebeurt.

Active: I play tennis every Monday evening.
Passive: Tennis is played every Monday evening (by me).

Active: He has built this bicycle from scratch.
Passive: This bicycle has been built from scratch.

Active: John repaired my car last week.
Passive: My car was repaired last week (by John).

 

Alle tijden van de passive

- The food is preserved (present simple)
- The food was preserved (past simple)
- The food is being preserved (present continuous)
- The food was being preserved (past continuous)
- The food has been preserved (present perfect)
- The food had been preserved (past perfect)

 

Hoe herken je de passive?

De passive heeft altijd 2 elementen: het werkwoord to be + een voltooid deelwoord

 

STAPPENPLAN van active naar passive

  1. Zoek het lijdend voorwerp (of meewerkend voorwerp) in de actieve zin.
    John has bought many houses.

  2. Zet voorop in de nieuwe zin.
    Many houses ...

  3. Zoek het werkwoordelijk gezegde = persoonsvorm + andere werkwoorden.
    John has bought many houses.

  4. Bepaal de tijd van het werkwoordelijk gezegde uit de actieve zin.
    has bought = present perfect

  5. Zet om volgens het rijtje 'Alle tijden van de passive'.
    has bought = have (many houses = meervoud) been bought

  6. Herschrijf de zin (laat eventueel het onderwerp uit de oorspronkelijke zin weg).
    Many houses have been bought (by John).

  Vuistregels

STAPPENPLAN van active naar passive

  1. Zoek het lijdend voorwerp (of meewerkend voorwerp) in de actieve zin.
  2. Zet voorop in de nieuwe zin.
  3. Zoek het werkwoordelijk gezegde = persoonsvorm + andere werkwoorden.
  4. Bepaal de tijd van het werkwoordelijk gezegde uit de actieve zin.
  5. Zet om volgens het rijtje 'Alle tijden van de passive'.
  6. Herschrijf de zin (laat eventueel het onderwerp uit de oorspronkelijke zin weg).

  Voorbeeldvraag

Zet de onderstaande zinnen in de passive.

1. Tim has eaten Frank's hotdog.
2. Jason is painting his room right now.
3. My uncle visited my mother last week.

 

Uitwerking

1. Frank's hotdog has been eaten (by Tim).
2. The living room is being painted right now (by Jason).
3. My mother was visited last week (by my uncle).

Word beter in de kernvakken en leer al je woordjes.

Probeer nu gratis